Herontwikkeling forten Nieuwe Hollandse Waterlinie
In 2003 werd voor het behoud van de Nieuwe Hollandse Waterlinie een liniebreed plan opgesteld, panorama Kraayenhof. Dit plan betekende dat nagenoeg op alle forten, waaronder ook de forten met vleermuispopulaties, commerciële activiteiten ontplooid moeten worden om na de restauratie van de gebouwen in de Linie te kunnen behouden. Op een groot aantal forten mocht ik het veldonderzoek en advieswerk uitvoeren. De meest succesvolste uitvoering is Fort Vechten. Ondanks dat vleermuizen nog maar 20% van de gebouwen kunnen gebruiken en Vechten nu het drukste fort is qua menselijke activiteiten en bezoekersaantallen, blijven de hier de aanwezige vleermuispopulaties groeien. Hier werden vier gebouwen speciaal voor vleermuizen aangepast. Deze gebouwen hebben nu zelfs 5-8x zoveel vleermuizen als voor de restauratie.
Benieuwd of ik iets voor jou kan betekenen?
Benieuwd of ik iets voor jou kan betekenen?
Een systematische onderzoeksmethode voor massa winterverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis.
De gewone dwergvleermuis is zomers de meest voorkomende vleermuissoort, maar in de wintermaanden wordt minder dan 1 0/00 (promille) geteld Opvallend gedrag van dwergvleermuizen tijdens enkele veldonderzoeken in de nazomer bracht mij ertoe het nazomer zwermen nader te onderzoeken.
Gezamenlijk konden wij bewijzen dat in stedelijk gebied het systematisch zoeken naar massa winterverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis mogelijk is.
Deze methodiek kwam net op tijd, veel van de gebouwen voldoen niet meer, en afbraak of grondige renovatie is noodzakelijk. In 2016 is deze methodiek experimenteel opgenomen in het soortenprotocol van Netwerk Groene Bureau’s. Vanaf 2020 is dit onderzoek als richtlijn opgenomen.
Alle bijzondere projecten bekeken? Bekijk ook de huidige projecten!
Alle bijzondere projecten bekeken? Bekijk ook de huidige projecten!
Opzetten meetnet Vleermuistransecttellingen (NEM VTT)
Gegevens over de ontwikkeling van soorten zijn essentieel in natuurbescherming. Tot 2012 ontbraken deze cijfers voor de vijf meest voorkomende vleermuissoorten in Nederland. Twee monitoringprojecten mislukten. In 2013 heb ik met collega’s van de Zoogdierverening en het CBS een nieuw meetsysteem opgezet en hiervoor nieuwe vrijwilligers geworven en opgeleid. Na de goedkeuring van dit meetsysteem in 2013, kunnen vanaf 2019 de eerste betrouwbare trends gegeven worden voor verandering in verspreiding als ook veranderingen in relatieve aantallen.
Neem contact op en dan plan ik geheel vrijblijvend een afspraak!
Benieuwd naar de mogelijkheden of heb je vragen over jouw project? Neem gerust contact met ons op!